29-12-12

Stene , nooit meer hetzelfde

  Weer is er een stukje steense geschiedenis verdwenen, met de afbraak van het pand van Irma Vermote, al vele jaren niet meer onder ons, maar de plaats waar toen bijna geheel stenedorp  samenkwam om in de gezellige bruine kroeg een pint te pakken.

Het was de tijd dat dit het eerste huis tussen de weiden was die je naar de kern van het dorp tegenkwam op de Steensdijk,toen stenedorp nog een dorp was.

Nadien nam de zoon Georges het café over en Cecille Vermeire, zijn vrouw zette de zaak verder tot het begin van de '80 jaren.  Daarna was het jarenlang het clubhuis van de biljartclub' De Stenen brug'.

Wij, als jonge gasten hebben er broeken versleten.
Voor wij naar het stad trokken, naar de meisjes in de  Djinn, Van's of Elisé, plaatsten wij daar de fond, en aten er een paar hard gekookte eieren, het was meteen ook het enige wat je kon krijgen om je te sterken toen.
Wij waren een bende vrienden, zoals Pierre en Omer Depoorter, Roger Verhaeghe, ook nog Roland desaever, de broers lowycks Freddy en Rene, af en toe ook Ronny Knockaert, Moyaert Jacky , en veel minder de jonge gasten van verder naar de dorpskern, zoals Wilfried en Roland Tjonck, of de jongens van café Roose.
Het was ook de tijd van de langestraat, waaar er regelmatig op de vuist werd gegaan, meestal door engelsen, want toen was Oostende in de zomermaanden een engelse nederzetting.
Maar ook de weinige gasten van Noord afrika die er toen waren, deden ook graag hun duit in het zakje, het liefst nog met een mes hier of daar.

Wij, wij hadden daar nooit problemen mee, wij gingen uit om plezier te maken, pinten te drinken, en meisjes te ontmoeten, al was het hoofdzaak meestal een stevige pint te pakken.

 Verder nog waar nu 't pompje is, had je café Roose, sterk getint naar politiek waarvan je de strekking zelfs kon afleiden uit hun naam.
Toen was er nog geen sprake van het Vossenhol of de Vlasschaard, de eerste 2 herbergen die ook eten opdienden. 

Een week aan een stuk was het dan feesten, en je mag zeker zijn dat er veel volk op afkwam, op de Steense kermis.
Het was de tijd dat je geen ruzie zag of had, enkel plezier, en had er ene van ons een grote vlieg in het oog, dan zorgde je voor hem.

Ooit weet ik dat er een kerel amok maakte, en steeds iedereen lastig viel.
Toen ie het ook probeerde bij de smid Hubert Vermeire smeet die na enkele verwittigingen de kerel over de brugleuning in de dode kreek, stinkend naar bagger en drek, want de dode kreek was toen een open riool, droop ie af, we hebben hem nooit meer terug gezien.
Je had dan nog lucientje, beter bekend onder de naam; 'De Hulk' die dan bijzonder actief was, en steendronken het liefst van al onsamenhangend stond te brullen ergens verweg in de donkere straat. Hij haalde zijn kracht uit de films die hij zag, en na enkele Stella's begon hij voor zich uit te staren, en engels te murmelen, nu ja, engels, iets in de trant van "Poet your hends of mie boy" klill hem, en nog veel meer andere vreemde geluiden.

Na een tijdje schoot hij weer wakker uit zijn wereldje, en schoot dan ik een lange lach, maar iedereen kende hem, en hij deed geen vlieg kwaad. Tinneke van het café zorgde ietwat voor hem en hield hem in de gaten zodat het niet uit de hand liep.

 

Ook toen waren er  manillen kaartingen voor een' hespe van de zeuge, keun of kieken' . de vogelpik wedstrijd, Ook een jaarlijkse zangwedstrijd, wielerwedstrijden van de zeemeeuw.

Dat waren ook de gloriejaren van Omer, Merten voor de vrienden, tevens voorzitter en enig lid van het feestcomité.
Zelfs velocross had je er in de beginjaren, die dan door het leegstaande Vossenhol, vanachter binnen, en langs de voordeur weer buiten, langs de kerkwegel door de weiden reed.

Een schone tijd, waarvan de tastbare bewijzen stilaan verdwijnen, samen met de kleine huizen, de kerkewegel, de impasse's,  de boerderijen met hun weiden en velden, de generatie Stenenaars van toen, toen het varretje zich nog door Stene kronkelde, de molenaar nog in zijn huisje woonde, je aan de deur werd bediend door de groentenkar, de melkboer, de schaeresliep en Oscaar de champetter, wij spraken van de Garde, streng maar eerlijk  zijn ronde deed.

Nu is alles anders, en dat noemen ze dan vooruitgang...

©83390.Roy.

stenedorp, kermis stene, roysfoto,

Nu is dit karaktervolle nostalgisch zichtje verdwenen, en in de plaats kwam een rij nette huizen, zoals je er een paar miljard hebt in een dozijn.

cafe-de-stenen-brug-stenedorp-4320.jpg

 Of als een oud bewerking..

cafe-stenen-brug-roy-5564.jpg

-----------------------------------------------------------------------------------------

 

Madam kerk

 

Ik ben ooit wel eens af en toe te uitbundig of zelfs misschien grof geweest, en dat overkwam mij ook  jaren, zeker zo een 35 jaar terug.
In de tijd dat het kerkje van Stene nog vol zat bij de zondagdiensten met gelovigen.
Ooit zat ook ik te kwelen als jonge gast samen de het merendeel van de buurjongens , in het oksaal van de kerk, met het antieke orgel.
Veel plaats was er niet, de orgelist, de koster zei men dan,  een tweetal op het bankje, en de rest moest rechtstaan, of zitten op het kleine trapje.

 

Toen ik getrouwd was kwam ik terug op het dorp wonen. Mijn buur Michel, met een grote kroost, waren een aangename bende om als buur te hebben.

 

Daar mijn vrouw van toentertijd zong in het kerkkoor werden wij eens uitgenodigd op een feestje voor enkele leden van het koor bij de buren.
Lekker eten en drank a volonté, en met dat teusje teveel op was ik weer eens overmoedig en ondoordacht.
Ik  zou een mevrouw, die ook in het koor zong, en die zowat de baas was van alles wat er reilde en zeilde die met de kerk te maken had, een ferm jennen.

 

Toen het gesprek op het geloof kwam, kwam ik met mijn verhaal, dat dit allemaal zever in pakjes was, dat Jezus ten hemel opgeklommen was, en onbevlekt ontvangen, trok ik er ook maar door het slijk.
Niet erg netjes allemaal van mij, i know, , maar als er nu echt iemand een ongelovige was,  en radicaal zijn mening verkondigen, dan zou die mens dus ook op geen vriendschap op hulp mogen rekenen, . wat bij mijn weten zelfs Jezus wel deed. Enkel voor de gelijkgestemden dus

 

 Erg erover, dat wel, maar wilde dat mens waar iedereen zijn gedacht over had, en niets zei eens goed op stang jagen…erg stom achteraf bekeken.
Ik stak er de draak mee, en zei dat er zo’n lange ladders niet bestonden, en nog meer van dit zever.
Maar madame ’ kerk ’, ik noem haar maar even zo, gekend als een strenge tante,   kreeg het danig op de heupen, en smeet met verwijten, bijvoorbeeld dat ik een satan en antichrist was. Het kwam zelfs nooit bij haar op dat het, weliswaar een misplaatste,  grap zou kunnen zijn

 

De volgende dag kon ik er nog eens mee lachen dat ik haar zo op stang had gejaagd.
Maar zij kon er niet mee lachen, nooit meer.. na enkele weken wist iedereen van de antichrist in het dorp.

 

En net als een volleerde extremistische moslim doet, bleef ze volharden in haar kortzichtige wereld. Wat jaren later, zelfs bij een nieuwe pastoor in het dorp, tot uiting kwam als ik onze dochter wilde laten dopen.

 

Toen zei de pastoor dat ie geen kinderen van ongelovigen wilde dopen. Ik gebaarde van kromme haas, maar wist meteen waar de klepel hing, en dat was duidelijk niet in de kerkklok deze keer.

 

Mijn vrouw wilde dit absoluut, want ander was voor mij meteen de kous af, en zou ik haar niet meer laten dopen.
Toen draaide de pastoor bij, en ging het toch door.
Gelukkig is madam  ‘kerk’ niet dood, anders draaide ze zich zeker om  in het graf.
Zo zie je maar dat die braafste mensen (meestal)niet degene zijn die op de eerste rij zitten in het godshuis zitten , maar eerder extreem gelovigen die al lang vergeten zijn dat vergevingsgezindheid  ook een mooi levensvisie, en onderdeel van gelovig zijn is.
Ik zou dan toch beter een extremist worden van een of ander geloof, dan kon ik lekker aanslagen plegen, of een voodoo lappenpop met lange spelden aanschaffen.
Oei, ben weer bezig ;-)

 

 

Gepost door ROY V. in Steense verhalen | Permalink | Commentaren (2) | | | |  Facebook

31-10-11

Oscaar de Garde van Steene

De tied van toen

Toen ik een snotneus was, en stene nog het echte Steene was, dan hadden wij ook Oscaar, de Garde van het dorp.
Dat was ik de tijd dat er in het onoogelijke dorpje, al met al twee auto's waren , en wij nog met de Pekkels, Marbels en Ketten speelden.

De Garde had in die tijd het respect van de jeugd, en als hij al eens al fietsend door de straat reed, met zijn hoge zwarte kepi omrand met gouden koord, dan hielden wij het spel waar we mee bezig waren even voor bekeken en hielden de champetter nauwlettend in de gaten waar hij wel naartoe zou gaan.
Oscaar zag er streng uit, maar ik heb er geen weet van dat hij ooit iemand van het dorp op zijn calpingske zou gesmeten hebben.
Tja, in die tijd was er ook niets om op te schrijven, wij, de snottebellen, zaten al vroeg onder de wol, de boeren hielden zich op de stofferige met gravee verharde weg zoals het hoorde met hun hooi en andere wagens met paard, en de meiden waren nog bang van de jeunoms..
Enkel de melkboeren die toen ook nog met paard en melkkar, toen nog een typisch wagentje, met de petatteschellen achterop, hun ronde deden naar de stad, zouden nu wel voor problemen zorgen met al die auto's.
 
Flessen melk, dat zag je niet, je kocht een kwart of halve liter melk die ze uit een kitte schepten, en soms, volgens beschikbaarheid kon je ook aan kerremelk, boerebutter, eiers, paret , selderie, ajoens of petatten geraken bij de melkboer, bediening aan huis zeg maar.
De boer was gekend, en door de jarenlage bediening vriend des huizes geworden, dat wil ook zeggen dat ze te pas of onpas, wel hier en daar een druppel, of meer  achterover sloegen, net zoals de facteurs, want waar de facteurs kwamen kwam ook den melkboer, ook die hadden allen meestal een rode neus, zelfs in pitje zomer.

Toen, toen zat de melkboer op de bok van zijn kar, en meermaals had hij te diep in het glas gekeken toen hij na zijn ronde, omstreeks de late voormiddag huiswaarts reed.
Telkens was er wel een van de melkboeren die, door listige truks van medeboeren in het stamcafé volgegoten werden.
Maar dat was geen probleem, de boer zat ineengezakt op zijn kar, en sliep zijn roes uit, terwijl het paard rustig, zonder ook maar een verkeerde stap te zetten, huiswaarts keerde van de stad, elke bocht en elke straat die hij al jarenlang, dagelijks volgde, dan ook deed met of zonder een menner op de kar.
Dan reed hij het erf op en stopte aan de poort van de schuur, en wachtte tot de melkboer wakker werd, of wakker geschud werd door de boerin, die dan telkens de boer deftig onder de rekkers gaf, ze reklameerde dat je het huizenver kon horen.
Ook daar was den Oscaar niet nodig, want er waren verder nooit problemen.
Zelfs wij, de mannen van het kattekwaad, daar had hij ook geen last van, want wij werden toen goed in de gaten gehouden, zowel door de ouders als de buren, kortom, door de volledige straat.
En als we het dan te bont maakten wisten ons ouders het sneller dan wijzelf, en kregen wij een pandoeringe.
En te veel, dat was dan omdat we een braadpan aan de staart van een koe of hond hadden gebonden, belletje trek, tot vervelens toe deden bij den maurice de velomaker, of water in de brievenbuis hadden gegoten in de pas gekuiste gang van de engelsman.
De Engelsman was dus een aangespoelde engelse , al iets oudere man, die net om de hoek in de dichtsbijzijnde straat woonde.
Hij had het niet zo op die spelende en roepende kinderen in de straat, want spelen, dat deed je in de straat, dat was ons speelplaats, en boos jaagde hij ons meermaals weg.
Na een tijdje hadden we het gevonden, we smeerden verse smeuige dampende koeiestront, waarvan we een handvol opschepten met de hand uit de weiden die nog overal rondom aanwezig waren, aan zijn deurklink en fietshandvat.
En vonden onszelf natuurlijk de plezantste van de wereld, het was zo leuk dat het ook bij andere, in dat geval onschuldige slachtoffers werd gedaan.

Na enkele malen had hij wel plots iemand van ons te grazen, en die kreeg me daar een muilpeer die klonk als de klokke van de steense kerktoren op een vochtige vroege morgen, en vochtig was het, den Frietten blétte als een geslacht varken.
Het was meteen het einde van de strontzaken die we hadden uitgevonden, en we meden met zen allen de straat als de pest, terwijl hij nog lang deed alsof hij van zijn fiets zou springen en eeen lap verkopen, als hij ons zag.

Nu is onze Garde Oscaar al voorbij de gezegende leeftijd van negentig jaren, en is nog altijd goed bij de pinken, hij weet als geen ander nog wat, wie en wanneer dit of dat voorviel of gebeurde, een praatwaterval krijg je eenmaal hij op dreef is, en daar hou ik wel van, die vervlogen tijdsverhalen....

De Garde oscaar, champetter oscaar, steene dorp, heemkunde, vroeger, de tijd van toen,

 

 Oscaar tijdens de tentoonstelling in de molen over het kerkhof van Stene, door de heemkundekring 't Schorre Steene.
Hieronder nog een klein filmpke van de tentoonstelling;   

--------------------------------------------------------

 Omer Depoorter

omer-depoorter-327.jpgVandaag , 9 december2006, op mijn verjaardag, naar een begrafenis geweest van een hechte vriend, Omer Depoorter.
Niet zomaar een vriend, maar een bekende vanaf mijn geboorte, en waar ik in mijn herinneringen steeds kan denken aan de positieve en vrolijke momenten.
Tijdens de eredienst kreeg ik hetzelfde eigenaardige gevoel, dat ik veel jaren voordien ook had ervaren bij de uitvaart dienst van zijn broer Pierre,
alsof iets van mijzelf verdween met hun heengaan. Dan loop er als een film een flink stuk leven aan mij voorbij.
Wij woonden in een klein dorp, laat ons zeggen enkele straten met een charmant kerkje en een handvol bewoners, waar iedereen, iedereen kende in die tijd.
Als snotneus kreeg ik ook mijn eerste sigaret aangeboden in ons klein kringetje van jonge gasten die toentertijd de binnenhof van de hoeve Depoorter onveilig maakte.
Wij konden daar naar hartenlust spelen, maar ook meehelpen op het erf 
Zoals de koeien melken, Roeren en mengen in de wel 1 diameter metalen grote casserolle,'t fournoois, waar de oude broden, petatteschillen en andere groenten, dampend gekookt werden onder een houtvuur,
om dan als een soort hutsepot voor de varkens als voedsel te dienen,
Ook het karnen, dit was urenlang aan een hendel draaien, die ondertussen een zoemend klagelijk geluid liet horen, opeluisterd met een schel belltje,  en die dan als eindproduct een lekkere boerenboter opleverde.
Ik moet je niet zeggen dat Therese opgetogen was als ze een slachtoffer vond die dit werkje uit haar handen nam.
Voor ons was het ook een belevenis om de slacht mee te maken van een varken.
Waarvan wij na het branden in stro, een pekkel, of de neus of staart als trofee konden veroveren, en waar wij een hele poos knagend en smekkend, zoet mee waren.
Janne, de vrouw des huizes maakte dat alles verliep zoals het hoorde, en ik zal nooit haar roep vergeten als er ergens kattenkwaad werd uitgespookt,:
Godsamepen!
riep ze dan in alle godsvrucht, en iedereen op het erf wist dan dat het menens was.
Het brave mens stierf al vroeg aan een blinde darmontsteking, die nu, in deze hedendaagse tijd, nooit tot zo een vroeg einde zou leiden.
En daar stonden Marie janne en Marie therese voor de zware opgave, om de taak van de moeder klokhen over te nemen , 
wat met een aantal erg bijdehandse jongens ,met Omer, Georges, en pierre, moet dit zeker geen klein bier geweest zijn.
De koeien moesten gemolken, de melkronde, en de andere dieren moesten nu door deze jonge dames gedaan worden. En je kan ervan op aan dat dit hun uitstekend lukte.
De broer Michel had ondertussen samen met zijn kersverse bruid Simonne Deaever een gezinnetje en een vervoerder bedrijf gestart,
Georges was ook de deur uit en huwde met ene Derése, en vestigde zich te Leffinge.
En de andere twee broers, Omer en Pierre startten met een loondienst bedrijf,die zelfs tot in Wallonië ging pikdorsen en pikuppen, waar enkele jongeren van de buren met plezier aan meewerkten.
en er nog een aardige stuiver aan verdienden in die tijd. Het was ook een tijd van hard labeur voor de beide broers,met zeer zware investeringen en bikkelharde concurentie.
Ik wil je ook een kleine anekdote niet onthouden, toen wij eens in de walen waren, en na de dagtaak tot laat in de avond, wij niet meer op zoek wilden gaan naar een slaapplaats bij de boer een heel eind verderop,
vond Pierre, moe als wij waren, dat wij beter in de graansilo van de pikdorser ons te slapen konden leggen.
Zo gezegd, zo gedaan, en om ons tegen de kou te beschermen zouden wij ons diep in het graan inwerkten.
Dat was geen lachertje om in te slapen, want de veldmuisjes renden als gekken over ons gezicht met zoveel lekkers om zich geen,
en s’morgens vroeg waren wij verkleund van de kou en nat van de ochtenddauw. Ik had geen oog dicht gedaan.
De volgende avond hebben wij dan wel een betere en warmere plaats gezocht bij een boer.

In die tijd genoot Pierre een plaatselijke faam als  accordeonist bij de Steense kermissen, samen met Fons Serlier als batterist,
Die mannen hebben menig uurtje de Steense oude en jonge pleziermakers vergast met hun muziek.
Maar daar kwam jammer genoeg een bruusk einde aan met een onooglijk klein verkeersongeval die onze Pier met zijn oud brommertje had,
en waarvan hij enkele dagen later aan zijn verwondingen zou bezwijken in het ziekenhuis.
Van toen af waren de muzikale omlijstingen van de Steense kermessen niet meer hetzelfde, en de goedlachse Pierre zou nog vele jaren sterk gemist worden.
Omer die na de dood van zijn vader Ciriel Depoorter, het ouderlijke huis verlaten had , en als een kind des huizes bij boerderij Willy Delange werd opgenomen,
en zijn intrek nam in het ‘petit kotje’, net over de hoeve Delanghe.
Als technisch ingenieur, was Omer geen man van het bureau, maar met handen aan het lijf, en dan nog het liefst in de buitenlucht.
Hij specializeerde zich in de aankoop en verkoop van papier en metalen.
Ook oude auto’s en andere voertuigen kwamen daar in het schorre onder de slopershamer, tot ergernis van sommige dichtbij wonende, voor de brandlucht die af en toe eens , letterlijk roet in het eten (en de was) kwam gooien.
 

Omer hield zich ondertussen bezig met het organiseren van de feestelijkheden op Stene, en werkte jarenlang belangloos en moederziel alleen aan de steense feesten,
om toch maar de Steense kermis niet te laten verloren gaan.
Waar hij de energie vandaan haalde om na zijn zwaar werk, zoals het afbreken van treinstellen, de hulp op de hoeve, de wedstrijden voor paarden,
en dan er nog bovenop de organisatie van de kinderspelen en de dorpfestiviteiten in zijn geliefde Stene, is voor mij een raadsel.
En zo kon je den Omer, roetzwart zien thuiskomen, en een half uur later piekfijn gewassen en netjes uitgedorst te zien verschijnen,
om zo, zoals altijd, op tijd zijn afspraken na te komen, want Omer was een man van zijn woord.
Omer was de laatste jaren naar een knus appartementje verhuisd, maar was nog altijd actief, zowel op het werk als hulp bij de feestelijkheden op Stene .
En hij had ook al enkele jaren het reizen ontdekt, die een van zijn geliefde bezigheden werd, bijzonder het zuiden van Frankrijk. 
Waar hij dan ook elk jaar tijdens zijn welverdiende vakantie, steevast naartoe ging met den TGV.
Ook leerde hij zijn ondertussen grote liefde kennen, en met zijn vriendin Rita woonde hij de laatste jaren samen op de Konterdam Stene.
En plots kwam de melding dat er iets mis was, onze vriend werd ziek, maar Omer liet het hoofd niet hangen, en trok nog deze zomer naar het deel van frankrijk die hij in zijn hart gesloten had.
Ook nog in oktober jongsleden trok hij er nog op uit voor een daguitstap, samen met het feestcomité.
Maar de strijd was te zwaar, en op 27 november heeft Omer die strijd verloren.
Met hem is een stukje Steense menselijke geschiedenis verdwenen.
Nooit zullen wij uw: o my dear, en Ma lus, nog horen van jou
Omer wij zullen je missen, Stene zal je missen, harder nog dan je ooit had kunnen denken.


Vaarwel mijn vriend.
Oertverektvoltdoodbastoardstienkordnieuwertdief om het met zijn woorden te zeggen.


Gepost door ROY V. in Steense verhalen | Permalink | Commentaren (1) | | | |  Facebook